Door Angela Bekkers, Algemeen Dagblad, 10.5.2002
`De Congolese Faida Mugangu staart wezenloos naar een grauwe muur van een ziekenhuis in Goma. In haar armen klemt ze angstig een paar maanden oude baby. Haar man en drie oudere kinderen zijn een paar weken daarvoor in de Oost-Congolese streek Kivu door plunderende milities met kapmessen om het leven gebracht. De streek die rijk is aan mineralen en ertsen, wordt geterroriseerd door gewapende bendes die hun bloedige machtsstrijd financieren door de lucratieve grondstoffenhandel'.
Het hoofdstuk `Tantaluskwelling voor gsm's' in het Zwartboek Wereldmerken begint ademstokkend. De Oostenrijker Klaus Werner en de Duitser Hans Weiss breiden de gruwelijke getuigenis van de Congolese vrouw in één adem uit naar H.C. Starck, een dochteronderneming van chemiereus Bayer. De auteurs citeren een rapport van de VN uit april 2001 dat stelt dat `het conflict in Congo, dat sinds 1998 aan 2,5 miljoen mensen het leven heeft gekost, om de handel in minerale hulpbronnen draait'. Het kostbare metaal tantalium, dat in mobiele telefoons als condensator wordt gebruikt, wordt er ook gewonnen. H.C. Starck, wereldmarktleider in de verwerking van tantalium, en vele bekende gsm-fabrikanten, schrikken volgens de auteurs er niet voor terug de grondstof in Congo te kopen, hoewel de VN dit bedrijven sterk afraadt.
Het boek, waarvan de Nederlandstalige vertaling sinds deze week in de winkel ligt, is één grote aanklacht tegen bekende merkbedrijven die direct of indirect profiteren van uitbuiting van lage lonen, mensenrechtenschendingen en natuurvernietiging in ontwikkelingslanden. Het boek deed in Duitstalig Europa veel stof opwaaien. Inmiddels is het daar aan een zevende druk toe. In de Duitse pers werd het zwartboek - behalve geprezen - ook bekritiseerd omdat bij de gepresenteerde bewijzen veel voorbeelden uit het verleden zouden zitten.
Onderzoeksjournalist Werner, die tot 2000 werkzaam was bij een Oostenrijks milieu-instituut, werpt die kritiek tegen. ,,Van alle 50 bedrijven die we beschrijven, kunnen we geen wetenschappelijk proefschrift maken'', zegt hij tijdens een gesprek deze week in Amsterdam. ,,Maar alle cases, waar twee jaar onderzoek naar is gedaan, kloppen van A tot Z. We kunnen ons ook geen valse beschuldigingen permitteren. Sommige verwijten zijn zo ernstig, dan hadden we al lang rechtszaken aan onze broek hangen.''
Bayer is slechts één van de vele firma's die het schrijversduo aan de schandpaal nagelt. Het Franse TotalFinaElf komt er zo mogelijk nog slechter vanaf: het is volgens het boek overal aanwezig waar mensenrechtenschendingen en oliewinning hand in hand gaan (Soedan, Birma, Angola). Adidas schrikt er niet voor terug om 20 eurocent per uur te betalen aan Chinese arbeidsters die in werkweken van 60 tot 84 uur sportschoenen in elkaar zetten. Zo gaat de lijst met klachten tegen grote ondernemingen 287 pagina's voort.
Het boek valt in de traditie van de pamfletten van nieuwe `opstandigen' als Naomi Klein en Noreena Hertz die zich afkeren van multinationals en de in hun ogen doorgedraaide globalisering. Dit zijn de bijbels van de zogenoemde anti-globalisten. Onderzoeksjournalist Werner bestrijdt echter dat hij het boek alleen voor deze groep mensen heeft geschreven: ,,Het is juist voor een breder publiek bedoeld. Ik wil consumenten wakker schudden.''
De Oostenrijker gelooft heilig in de kracht van consumenten om wantoestanden, die onder de vleugels van internationale ondernemingen plaatsvinden, aan de kaak te stellen. Hij heeft daarom achterin het boek per aangeklaagd bedrijf telefoonnummers en website-adressen toegevoegd en praktische tips onder de noemer `wat u kunt doen'.
Werner benadrukt dat consumenten de macht hebben om bedrijven te dwingen meer informatie te geven over de wijze waarop een product tot stand komt.
Eén voorbeeld van een bedrijf dat verstandiger met z'n sociale verantwoordelijkheid
omgaat dan tien jaar geleden, is Shell, vindt Werner. ,,Dat kwam door de consumentendruk
na het incident met de Brent Spar en de dood van de Nigeriaanse dissident Ken
Saro Wiwa.'' Tevreden is de auteur echter nog lang niet over de oliemaatschappij,
ondanks de loftuitingen die het bedrijf af en toe van maatschappelijke organisaties
krijgt. ,,Sinds het begin van haar activiteiten in Nigera, heeft Shell daar
voor ongeveer 35 miljard euro aan olie uit de grond gehaald. De daarmee gepaard
gaande milieuschade werd in 1992 op 4 miljard euro geschat. Dan komt het bedrag
dat Shell in Nigeria aan ontwikkelingswerk uitgeeft - bijna 60 miljoen euro
jaarlijks - toch in een heel ander perspectief te staan.''