INTERVIEW. Klaus Werner en Hans Weiss over wereldmerken, oorlog en kinderarbeid
Lieven Sioen, De Standaard,
31/05/2002
Gympen van Adidas, aspirine van Bayer, speelgoed van Chicco of zelfs kinderchocolade
van Nestlé: allemaal doen ze ergens ter wereld tranen vloeien -- of bloed.
In Zwartboek Wereldmerken stellen Klaus Werner en Hans Weiss menig multinational
aan de kaak. ,,Ik vrees dat de meesten onder ons het vrij normaal vinden dat
er in Afrika mensen sterven.''
Multinationals liggen al langer onder vuur: petroleummaatschappijen vervuilen
het milieu, textielbedrijven maken gebruik van kinderarbeid en fastfoodketens
serveren wereldwijd dezelfde eenheidsworst. Maar is het ook waar? Waar eindigen
de feiten en waar begint de verbeelding van overactieve wereldverbeteraars?
Bedrijven als Ikea, Nike en Shell hebben onder druk van de consument toch een
ethische gedragscode aangenomen? ,,Meer dan een cosmetische operatie is zo'n
gedragscode niet'', zeggen de Oostenrijkse journalist Klaus Werner en
zijn Duitse collega Hans Weiss. ,,Fundamenteel is er aan hun productie- en handelswijze
niets veranderd.''
Twee jaar lang onderzochten Weiss en Werner mensenrechtenschendingen door grote
internationale bedrijven. Hun bevindingen zijn nu gebundeld in Zwartboek
wereldmerken . Veel nieuwe informatie bevat het boek niet. Wel is het een
interessante synthese van gegevens uit allerlei bronnen. De auteurs leggen de
mechanismen van de mondiale economie bloot en geven veertig concrete bedrijfsportretten,
met tips voor de consument om te protesteren.
Wat is er mis met een reepje kinderchocola?
Klaus Werner: ,,Veel chocoladeproducten worden gemaakt met cacao uit Ivoorkust.
Daar werken 20.000 kinderen uit de buurlanden Mali en Burkina Faso als dwangarbeiders
op de cacaoplantages, waar ze slecht gevoed, mishandeld en geslagen worden.
Vaak zijn het straatkinderen, maar evengoed zijn er kinderen bij die door hun
ouders worden verkocht, omdat die zelf hun gezin niet kunnen voeden.''
Over hoeveel kinderen gaat het?
,,Tweehonderdduizend in West-Afrika als geheel. Grote chocoladeproducenten als
Nestlé en Suchard weten dat ook. Ze hebben maatregelen beloofd om die praktijken
in te dijken, maar daar is nog niets van in huis gekomen. Bovendien heeft het
geen zin om de producenten onder druk te zetten. Veel plantagehouders houden
zelf nauwelijks het hoofd boven water. De extreem lage cacaoprijzen op de wereldmarkt
dwingen ze ertoe zo goedkoop mogelijk te produceren. Alleen door de producenten
een betere prijs te betalen, kun je verwachten dat ze hun arbeiders fatsoenlijk
behandelen. Dat is wat Fair Trade-organisaties doen. Zij betalen een eerlijke
prijs en controleren hun producenten. Maar zo ver willen Nestlé en Suchard
niet gaan.''
Hebben ze een alternatief? Door de wet van de concurrentie moeten ze nu eenmaal
cacao kopen tegen de laagste prijs, in het land waar de meeste cacao beschikbaar
is.
,,Nestlé is marktleider. Met zijn miljardenbudget voor marketing kan het
zich permitteren om ernstige controles en eerlijker lonen in te voeren. De chocolade
in de winkelrekken zou hoogstens enkele centen duurder worden. Eerlijke chocolade
is bovendien goed voor het imago. Nestlé zou zijn marktleiderschap zeker
niet verliezen.''
Waarom doet het dan niks?
,,Omdat het niet binnen de bedrijfsfilosofie past. Ik heb het verschillende
mensen in de business gevraagd. Ze schuwen externe controle. Te duur, zeggen
ze. In werkelijkheid willen ze niet dat een buitenstaander zegt wat ze moeten
doen. Zulke bedrijven hebben grotere budgetten dan veel staten. Als ze onafhankelijke
controle toestaan, verliezen ze een deel van hun macht.
Een sportschoen van Adidas of Nike kost in de winkel zo'n honderd euro.
Ze worden in lagelonenlanden tegen een hongerloon gemaakt, vaak door kinderen.
Als Adidas of Nike hun arbeiders een fatsoenlijk loon betaalden, dan zou die
schoen veertig cent duurder zijn. Bij een prijsverhoging met tachtig cent zouden
de arbeiders ook hun kinderen naar school kunnen sturen.''
Veel van de informatie in uw boek is niet nieuw. De kritische consument weet
al langer dat Nike gebruik maakt van kinderarbeid, dat Shell het Ogoni-gebied
in Nigeria vervuilt of dat arbeiders op Chiquita-plantages ziek worden van de
pesticiden.
,,Toch niet. Ik was verrast toen ik vernam hoeveel mensen er ondanks de vele
campagnes geen benul van hebben hoe hun dagelijkse winkelwaar geproduceerd wordt.
Dit boek is niet geschreven voor activisten, maar voor de gemiddelde consument.
Er is veel informatie beschikbaar, maar ik wou die informatie bundelen en nagaan
hoe actueel ze nog is.''
Wel nieuw zijn uw onthullingen over de chemiereus Bayer.
,,Bayer is betrokken bij elke vorm van schendingen van de mensenrechten die
je je kunt voorstellen. Voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen worden patiënten
zonder hun medeweten als proefkonijn gebruikt. In Europa of de Verenigde Staten
zijn die praktijken verboden, maar mijn collega Hans Weiss heeft undercover
ontdekt dat verschillende ziekenhuizen in Oost-Europa graag aan zulke proeven
deelnemen. Grote farmabedrijven maken daar volop gebruik van.
Er is één zaak die voor de publicatie van dit boek niet bekend was,
namelijk dat het bedrijf H.C. Starck, een volle dochteronderneming van Bayer,
de grootste en bloedigste oorlog ter wereld financiert: de oorlog in Congo.
Sinds augustus 1998 zijn in Congo drie miljoen mensen gestorven. Volgens de
VN is het een oorlog om grondstoffen. De belangrijkste inzet is een metaal dat
bijna niemand kent, maar iedereen gebruikt: tantalium. Het wordt gebruikt in
gsm's. Sinds de boom van de gsm-industrie is tantalium een van de kostbaarste
grondstoffen op de wereldmarkt. Ik heb ontdekt dat Bayer via H.C. Starck de
helft van de volledige Congolese tantaliumproductie koopt. H.C. Starck is daarmee
de grootste tantaliumverwerker ter wereld en een van de belangrijkste financiers
van de Congolese rebellen. Zonder tantalium zou er geen enkele reden zijn om
de oorlog voort te zetten.''
Hebt u daar bewijzen van?
,,Het hangt ervan af wat u als bewijs beschouwt. Ik heb mezelf voorgedaan als
verkoper van tien ton tantalium. Het e-mailcontact dat ik met Bayer had, leverde
geen sluitend bewijs op dat Bayer inderdaad tantalium uit Oost-Congo inkoopt.
Bayer heeft het contact plots verbroken. Misschien vermoedden ze iets. Maar
de mails hebben wel aangetoond dat Bayer belangstelling had.
Ik ben daarna zelf naar Oost-Congo gereisd. Ik heb er gehoord in welke afschuwelijke
omstandigheden tantalium gewonnen wordt, onder meer door kindarbeiders. Ik kreeg
er ook informatie over een Duitse geoloog, Karl-Heinz Albers. Ik ben met die
man in contact getreden. Hij heeft me verteld dat hij al zes, zeven jaar tantalium
uit Congo verkoopt aan H.C.Starck. Hij was daar heel open over. Ik had hem nochtans
gezegd dat ik journalist was. Volgens mij was hij er trots op. Albers is een
echte racist. Hij vertelde me hoe je Afrikanen moet behandelen, dat kinderarbeid
in Afrika normaal is, dat het deel uitmaakt van de cultuur. Afrikanen zouden
ook niet graag betaald worden. Ze zouden gelukkiger zijn zonder geld en liever
alcohol krijgen om te feesten en te dansen. Hij deed me denken aan het personage
Kurtz in Heart of Darkness van Joseph Conrad.
Als jek King Leopold's Ghost van Adam Hochschild leest, over de exploitatie
van Congo door Leopold II, dan zie je dat er niets veranderd is. De globalisering
heeft de koloniale uitbuiting alleen een andere vorm en een andere snelheid
gegeven. Leopold II is nooit in Congo geweest. Hij heeft zijn handen niet vuilgemaakt,
hij heeft niemand gedood. Maar hij lag wel aan de oorsprong van een van de ergste
genocides uit de geschiedenis. De ontdekking van de opblaasbare rubberband had
voor een enorme boom op de rubbermarkt gezorgd. Leopold II heeft daar volop
van geprofiteerd.
Sinds de ontdekking van de gsm gebeurt nu exact hetzelfde. Ook de managers van
Bayer zijn nooit in Congo geweest. Mobiele telefonie, nieuwe technologieën,
het lijkt een schone economie. In werkelijkheid leidt het tot de grootste oorlog
ter wereld, maar er is niemand die het verband legt. Ik vrees dat de meesten
onder ons het vrij normaal vinden dat er in Afrika mensen sterven. Al hebben
we wereldwijde media en zien we live op CNN mensen uit de WTC-torens
springen, in Afrika gaat de oorlog onzichtbaar door. Er zijn nu eenmaal geen
camera's in Oost-Congo.''
Is het niet te eenvoudig om de multinationals alle schuild te geven? Het
zijn de Afrikanen die om de mijnen vechten. Misschien is Bayer zelfs gebaat
bij politieke stabiliteit in Congo. Het zou de tantaliumprijs drukken.
,,Kijk, misschien hebben ze inderdaad geen alternatief, maar laten ze het dan
op zijn minst op een transparante manier doen. De VN pleiten voor een embargo
op tantalium uit het oorlogsgebied. Ik niet. Ik wil dat Bayer in Congo blijft
en er zaken doet. Het gaat om miljarden. Maar ik wil ook dat Bayer, dat daar
de macht en het geld voor heeft, tegen de lokale autoriteiten zegt: 'We
zijn bereid om zaken te doen, we zullen alle heffingen betalen, maar we eisen
dat ons geld niet in wapens, maar in scholen, infrastructuur en ziekenhuizen
wordt geïnvesteerd.'
Dat is trouwens wat ook het maatschappelijke middenveld in Oost-Congo vraagt.
Multinationale bedrijven moeten blijven, maar ze moeten op een faire manier
zaken doen. Als ze er hun volle gewicht achter zetten, kunnen ze misschien een
einde aan de oorlog maken. Maar dat doet Bayer niet. Het geeft niet eens toe
dat het in Oost-Congo aanwezig is en grondstoffen uit Congo importeert.''
U gelooft niet in economische embargo's.
,,Nee, tenzij de bevolking er zelf om vraagt. Dat is wat destijds in Zuid-Afrika
is gebeurd. Ook in Birma vroeg de burgermaatschappij om een boycot van het lingeriemerk
Triumph, omdat het met het militaire regime samenwerkt. Na de publicatie van
ons boek heeft Triumph zich uit Birma teruggetrokken.
Maar in de meeste gevallen vraagt de bevolking om in geen geval een embargo
in te stellen. De mensen zouden er alleen maar hun werk door verliezen. Zelfs
kinderen in India werken liever voor Nike dan dat ze op straat staan. Er zijn
efficiëntere methoden om te protesteren. Het is de consument die moet eisen
dat grote bedrijven op een eerlijke manier handel drijven. Daarom hebben we
in ons boek de e-mailadressen van 47 multinationals gegeven. De betrokken bedrijven
zijn daar niet echt gelukkig mee. Nu krijgen ze voortdurend mails van boze consumenten.''
Veel multinationale bedrijven hebben maatregelen genomen. Ikea verbrak zijn
contracten met leveranciers die kinderen in dienst hadden. BP kreeg dit jaar
een eredoctoraat aan de KU Leuven omdat het in schone energie investeert. Zelfs
Chiquita werd toegelaten tot het Ethical Trade Initiative, omdat het een ethische
gedragscode naleeft. Gaan we erop vooruit?
,,Er zijn bedrijven die onder druk van de consument reële veranderingen
hebben doorgevoerd. Triumph heeft zich uit Birma teruggetrokken. De Zwitserse
textielproducent Migros werkt samen met de actie Schone Kleren om onafhankelijke
controle en een beter loon mogelijk te maken. Natuurlijk is ook hun imago daarmee
gediend. Maar bij de meeste bedrijven dient een gedragscode alleen om het imago
op te poetsen. Fundamenteel verandert er weinig. BP investeert misschien in
schone energie, maar hun core business blijft petroleumontginning en
dat willen ze zo lang en zo goedkoop mogelijk blijven doen.
Zo is Shell de grootste financier van sociaal werk in Nigeria. Onder druk van
mensenrechten- en milieuorganisaties pompt het jaarlijks zestig miljoen euro
in scholen en ziekenhuizen. Maar een school bouwen is makkelijk -- ze moeten
hun productiemethode veranderen, zodat die geen sociale of ecologische schade
meer aanricht.''
U richt uw pijlen op multinationals, maar is de toestand niet veel erger
bij kleine, lokale bedrijven, die niet door de kritische consument in de gaten
gehouden worden?
,,Klopt, maar de multinationals zijn de marktleiders. Zij hebben de macht om
dingen te veranderen. De no name -bedrijven zullen wel volgen.''
Door de globalisering kunnen bedrijven de plaatsen opzoeken waar ze met de
kleinste investering de grootste winst boeken. Er is geen weg terug. Of toch?
,,In Duitsland werd mijn boek de nieuwe bijbel voor de antiglobalisten genoemd.
Dat is leuke publiciteit, maar het klopt niet. Ik ben een voorstander van globalisering.
Globalisering creëert kansen voor vrije handel.
Het probleem is dat de globalisering van enkele multinationale bedrijven niet
gepaard ging met de globalisering van de sociale en ecologische normen. Er bestaan
internationale sociale regels, die van de Internationale Arbeidsorganisatie,
maar we hebben geen enkel instrument om overtreders te straffen. Alleen de Wereldhandelsorganisatie
kan straffen uitdelen, maar ze doet dat heel willekeurig. Wie grote bedrijven
handelsbelemmeringen oplegt, wordt gestraft. Maar terzelfder tijd houdt Europa
zijn grenzen gesloten voor landbouwproducten uit het Zuiden. Dat gaat volledig
in tegen de eigen regels voor vrije handel.
Trouwens, de antiglobalistische beweging bestaat niet. De enige antiglobalisten
zijn enkele nationalisten in extreem-rechtse hoek, conservatieve vakbonden die
pleiten voor meer protectionisme én de grote bedrijven die zich verzetten
tegen de globalisering van internationale wetgeving. 'Dat hebben we niet
nodig', zei de grote baas van Nestlé me, 'we hebben onze eigen
gedragsregels.' Maar ik als individu heb ook geen wetten tegen diefstal
nodig. Ik steel niet. Maar niet iedereen respecteert de regels.''
Wat kunnen de vakbonden doen?
,,Ik begrijp niet wat ze willen. Sommige vakbonden zijn heel conservatief. Ze
willen per se alle productie in Europa houden. Maar als er minder arbeid nodig
is om onze levensstandaard te behouden, zouden we gewoon blij moeten zijn. Misschien
moeten we gewoon met zijn allen minder gaan werken. Vakbonden zouden de strijd
om sociale rechten op mondiaal niveau moeten aangaan. Het is hun taak om hun
collega's in arme landen waar vakbonden zwakker staan, te verdedigen.''
Ook het Internationaal Muntfonds, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie
liggen onder vuur. Horen ze bij het probleem, of bij de oplossing?
,,We hebben die instellingen nodig. Het zijn de enige mondiale structuren die
er zijn. De Wereldbank is in de eerste plaats een ontwikkelingsorganisatie.
Zolang de meerderheid van de wereldbevolking in onaanvaardbare omstandigheden
leeft, moet de Wereldbank datgene doen waarvoor ze is opgericht. Het IMF zou
beheerst moeten worden door de landen die het meest getroffen worden door oneerlijke
handelsrelaties. Het heeft toch geen zin dat het IMF in New York gevestigd is?
New York heeft geen IMF-fondsen nodig. Het IMF zou in Addis Abeba moeten zitten.
En de Wereldhandelsorganisatie mag niet langer het neoliberalisme als religie
beschouwen. We hebben vrije wereldhandel nodig, maar die moet ten dienste staan
van de mondiale welvaart.''
Klaus Werner & Hans Weiss, Zwartboek wereldmerken , Elmar, Rijswijk,
318 blz., 17,95 euro.